Armand Ory: Veilig vrijen


Door Pastoor A. Ory

(Uit: Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, December 1989, blz. 14-19)

Een moderne slogan 

Tegenwoordig hoort men links en rechts de slogan ’veilig vrijen’. Dit wil niet zeggen dat een verliefd paartje ongestoord wat kan minnekozen in een of andere romantische dreef. Het is wat zwaarder geladen. Door ’vrijen’ bedoelt men tegenwoordig voor- en buitenhuwelijksbetrekkingen, en ’veilig’ wijst erop dat men alle ongewenste gevolgen wil vermijden. Deze zijn tegenwoordig tweevoudig: geen kind en geen aids.

De eerste vereiste wordt dan het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Het condoom wordt aangeprezen als de bekroning op het werk.

Ondanks alle voorzorgen gebeurt het toch nog vaak dat er ongewenste zwangerschappen tot stand komen. Heel vaak is dit het geval bij jongeren die nog niet gehuwd zijn of nog niet ongehuwd samenwonen. Voor hen blijft dan vaak de oplossing ’abortus’. In vele landen is de straf op abortus opgeheven. In België ijvert men ervoor om die ’achterstand’ op andere ’moderne’ landen in te halen.

Men gaat hierbij voorzichtig te werk en men beweert dat men abortus alleen wil toelaten in ’noodgevallen’. Dit begrip is uiteraard zo rekbaar en zal met de jaren zo uitgebreid zijn dat alle gevallen noodgevallen zijn.

Aanvankelijk was het ook zo met de voorhuwelijksbetrekkingen. Die werden op zeker ogenblik ook aanvaard door sommige moralisten, maar in aller-uiterste gevallen. Bij manier van spreken op de vooravond van het huwelijk. Sindsdien is die vooravond zodanig uitgebreid dat velen er zich gewoon niet meer aan storen.

Volgt hieruit niet dat de vrije seksualiteit de nieuwe afgod geworden is waaraan duizenden mensenlevens geslachtofferd worden? Duizend op het altaar van de aids en tienduizend op het altaar van de abortus. Dit is de realiteit, waarin onze moderne maatschappij leeft. Nooit in de geschiedenis van de mensheid werden zoveel mensenlevens geofferd aan één godheid.

Leden die zich inzetten voor dierenbescherming worden door iedereen geacht. Zij die het opnemen voor het ongeboren mensenleven worden door velen gehoond. En wie durft zijn stem nog te verheffen tegen de joelende massa, die geen brood en spelen meer eist, maar vrije seksbeleving zonder enige beperking van buitenaf.

Immoreel? 

Zowel de voorstanders als de tegenstanders van abortus verwijten hun tegenpartij immoreel te handelen.

De tegenstanders van abortus verwijten de voorstanders uiteraard dat zij ’immorele praktijken’ huldigen. Het immorele ligt er dan in dat men een mensenleven doodt. En doden is zedelijk niet geoorloofd, in strijd met de Tien Geboden.

De voorstanders van abortus draaien de beschuldiging om en verwijten de tegenstanders immoreel te zijn. Zij redeneren vanuit het belang van de moeder die geen kind verlangt en er toch eentje verwacht. Daarom spreken geleerde doktoren van gezwel in plaats van foetus. Een gezwel mag men verwijderen, een foetus niet. Er is nog nooit een aap geboren uit een menselijke foetus. En uit een gezwel groeit noch een mens noch een aap. En waarom zou een foetus niet als een beginnend mensenleven beschouwd mogen worden?

Zo gezegd omdat de moeder het niet ervaart als een kind, maar als een ongewenste indringer. Zij zou derhalve handelen in een soort van wettige zelfverdediging. In dat geval wordt de moraliteit van de menselijke daad omgekeerd. Wat immoreel is wordt moreel en wat moreel is wordt immoreel verklaard. Met andere woorden wat zedelijk goed is wordt zedelijk kwaad en vice versa.

Beleven wij meteen niet de ommekeer van de moraliteit? Om de druk van een ongewenste zwangerschap (dit zal weldra de inhoud worden van noodsituatie) op te heffen, eist men het recht op abortus, het recht dus op het doden van een aankomend mensenleven. Dat men een leven vernietigt, wordt niet in aanmerking genomen; dat men de druk van een zwangerschap, die hinderend is, opheft, wel.

De moraliteit wordt dan vastgeknoopt, niet meer aan het leven van het ongeboren kind, maar aan de druk die weegt op de moeder met een ongewenst kind. Zulke moeder bevrijden van haar druk wordt dan goed; zo moet ook het doden van het ongeboren kind goed gepraat worden. Tegenwoordig neemt men inderdaad aan dat deze daden geen misdaden meer zijn, maar goede daden. Men eist dat de burgerlijke wet dat soort goedheid erkent. Daarom wil men het verbod op abortus opheffen. Het uitschakelen van een leven wordt als een ’goed’ ervaren. Maar vaak is het zo dat wat men als ’goed’ ervaart in feite slecht is.

De erfzonde 

Een van de christelijke waarden, die tegenwoordig in de prullenmand verdwijnt is de leer van de erfzonde. Deze houdt voor dat de menselijke natuur ten dele bedorven is ten gevolge van de zonde van de eerste mensen, misleid door de satan.

Sommigen verzetten zich tegen het bestaan en de werking van de duivel en ook tegen de zondeval van de eerste mensen, omdat het niet binnen de ervaring onder te brengen is. Anderen aanvaarden nog dat ze de gevolgen, namelijk de ’slechte neigingen’ en het inwilligen van de slechte neigingen, namelijk de zonden, in hun eigen leven ervaren.

Tegenwoordig wordt ook deze ervaring geloochend. Men schaft de slechte neigingen af en verklaart alles in de mens goed. Vooral op gebied van de seksualiteit is deze omkanteling van de morele orde tot uiting gekomen. Vroeger en ook nu nog in een klein deeltje van de katholieke Kerk, gold en geldt het zesde en negende gebod: ’Doe nooit wat onkuisheid is – Wees ook kuis in uw gemoed’. Thans is de slagzin in de plaats gekomen: ’Veilig vrijen’. Wat zonde is voor God, wordt genot voor de mens, in casu seksueel genot. Alles mag op voorwaarde dat men zijn partner geen geweld aandoet. Als het maar ’uit liefde’ geschiedt is alles toegelaten. Zo luidt de nieuwe moraal.

Bewust of onbewust heeft men meteen de verdorvenheid van de menselijke natuur (dus de erfzonde) opgeheven en kleeft men de fundamentele goedheid van die natuur aan. Daarom wordt ook het seksueel genot in alle vormen goedgepraat.

Wie spreekt nog over erfzonde? Wie spreekt nog zoals de jezuïeten weleer over ‘agere contra’, zich verzetten tegen de slechte neigingen? Hiermee haalt men meestal niet veel succes. Jongeren verlangen veeleer dat men hun driftenleven aanvaardt en goedpraat. Zeker niet afraadt of verbiedt.

In de seksualiteit kan men inderdaad het duidelijkst van al nagaan hoe het gesteld is met de menselijke natuur. Het is moeilijk de juiste opvatting hieromtrent aan te kleven. Op onze dagen is de diepste onderstroom dat elke vorm van seksbeleving ’goed’ is. Niet alleen binnen, maar ook en vooral buiten het huwelijk. Niet alleen in het vooruitzicht van voortplanting, maar ook en vooral afgezien daarvan. In de tijd van de heiligen Franciscus en Dominicus was er een andere stroming tot stand gekomen, die van de katharen (de reinen), die zich kantten tegen elke vorm van seksualiteit, niet alleen buiten, maar ook binnen het huwelijk, niet alleen los van de voorplanting, maar ook in het vooruitzicht van de voortplanting.

De katholieke Kerk huldigt het principe vanuit de erfzonde dat er goede en slechte seksualiteit is. Zij vraagt kuisheid in het huwelijk door een goed gebruik van de seksualiteit, zij vraagt zuiverheid buiten het huwelijk door onthouding van voor- en buitenhuwelijksbetrekkingen. Dit zijn de grote lijnen van het zesde en negende gebod.

In ‘Humanae Vitae’ vraagt de Kerk kunstmatige voorbehoedsmiddelen niet te gebruiken, omdat hierdoor gezondigd wordt tegen de opdracht van vruchtbaarheid. Velen wensen tegenwoordig geen christelijk en zelfs geen burgerlijk huwelijk meer aan te gaan.

Toch wil men ongestoord elke vorm van seksualiteit beleven. Hierbij geeft men zichzelf gelijk en laat men de Tien Geboden vallen, om te beginnen het zesde en negende gebod. Geven wij toe dat dertig jaar geleden er in feite maar twee verboden bestonden in de Tien Geboden, het zesde en het negende. Stellen we anderzijds ook vast dat in diezelfde tijd de vrije seksualiteit zodanig is toegenomen dat haast niemand nog spreekt of durft spreken over de Tien Geboden.

Het abortusdebat [in 1989] in België

De laatste tijd is de abortuskwestie boven op de agenda gekomen in de Belgische politiek. Het morele aspect wordt zoveel mogelijk omzeild of gewoonweg op zijn kop gezet, althans door de voorstanders ervan.

Aan dokter Renard, befaamd gynaecoloog uit Leuven (en dus bij veronderstelling katholiek) heeft men ook zijn mening gevraagd. Hij was uiteraard tegen abortus, en stelde als oplossing voor een meer rationeel gebruik van de voorbehoedsmiddelen. Uit ervaring weet hij dat vele jongeren ’onbesuisd’ overgaan tot ’vrijen’, zonder te denken aan beveiliging. Meestal is het ook zo dat men overvallen wordt door de hartstocht en het genot en dat men niet eens denkt aan mogelijke gevolgen.

Uit deze raadgeving, die verondersteld wordt als zijnde een raad vanuit de katholieke hoek, is af te leiden dat de mogelijkheid om af te zien van dat soort ’vrijen’ eigenlijk geen haalbare oplossing meer is. In feite had de dokter kunnen en moeten verwijzen naar de Tien Geboden, naar het zesde en negende gebod: Doe nooit wat onkuisheid is. Welnu, seksuele betrekkingen voor het huwelijk zijn niet geoorloofd; zij zijn zelfs zondig en in bepaalde omstandigheden zwaar zondig. Deze bedenking kwam zelfs niet meer op in de geest van de dokter. In plaats van te verwijzen naar de deugd van zuiverheid, verwees hij liever naar condoom of iets analoogs. Op die manier zou abortus vermeden kunnen worden. Is het geen teken aan de wand, dat een uitgesproken katholieke gynaecoloog, na zelf ongetwijfeld opgevoed geweest te zijn aan de hand van zesde en negende gebod, niet eens meer vermoedt dat er nog wat anders bestaat als oplossing dan een beter gebruik van voorbehoedsmiddelen.

Ook hij – en samen met hem praktisch gans Vlaanderen, en zelfs praktisch gans het christelijke Westen – moet toch niet erg bewust zijn van het feit dat voorhuwelijksbetrekkingen tussen mensen die wellicht niet eens denken aan samen trouwen, moreel niet kunnen en dus zondig zijn.

Is dit antwoord geen impliciet bewijs dat de moderne mens het zondige of het verbodene door God niet meer erkent in hetgeen objectief doodzonde van onkuisheid is. Is dit niet het impliciet bewijs dat men ook het zondige in de mens ’goed’ vindt? Is dit niet het impliciet bewijs dat men de menselijke natuur als zodanig volledig ’goed’ vindt.

Een geloofsboek voor jongeren 

Op de boekenbeurs te Antwerpen begin november 1989 werd een nieuw ’Geloofsboek voor jongeren’ aangeprezen. Ook in het parochieblad heeft het in een volledige pagina warme aanbeveling gekregen (23.11.1989).

Over het begrip ’geloof’ wordt daar een zeer verdachte stelling verkondigd, die helemaal in de lijn ligt van boven vermelde praktische levenskeuze. Op de rugzijde wordt omschreven wat volgens hen ’geloven’ is.

Citaat: “Mensen die in God geloven, beginnen dus alvast met te geloven in de wereld en in de mensen. Want God heeft ze reeds ’tof’ bevonden. Geloven doet je dus op een bijzondere wijze naar wereld en mensen kijken. Het is midden in de werkelijkheid, in het volle leven staan en zien dat het goed is.”

De volle werkelijkheid, waarin men staat is onder meer de vrije seksbeleving, het zoeken naar veilig vrijen. Het geloof, dat uitgeschreven wordt in dat geloofsboek voor jongeren, is dan ontdekken dat o.m. de mensen die dat doen niet verkeerd maar juist handelen.

De bijzondere wijze van naar die mens te kijken is ontdekken dat hij ‘goed’ is. Wordt aan de jongeren meteen niet geleerd dat de menselijke natuur goed is? Wordt dan meteen ook niet geleerd dat elke uitvinding, ook die van de voorbehoedsmiddelen, en het gebruik ervan, ‘goed’ is? Indien de menselijke natuur fundamenteel goed is, wordt zonde uitgesloten. Dan zijn de Tien Geboden overtollig.

Een uitvinding van mensen 

Tegenwoordig wordt vaak geleerd dat de Tien Geboden helemaal niet van God komen, maar een uitvinding zijn van mensen. Wat erin staat zou overeenkomen met de eisen van het leven. Met hun eigen geweten zouden mensen het kunnen vinden. Pas achteraf zouden sommigen beseffen dat de ontdekking die ze zelf gedaan hebben een spreken van God zou zijn.

Nu is het wel even onduidelijk hoe mensen in de tijd van Sodom en Gomorra, die dan toch niet zoveel beter was dan de onze, in staat zouden geweest zijn op eigen kracht te ontdekken, dat er een zesde en negende gebod nodig is om het mensdom overeind te houden. Deze ontdekking van mensen lijkt ons des te meer verbazingwekkend nu we merken dat een geleerde dokter van katholieken huize, na zoveel jaren lang gehoord te hebben van en geleefd te hebben volgens het zesde en negende gebod, niet meer tot het besef kan komen dat de oplossing voor het abortusprobleem niet het condoom is, maar wel de deugd van zuiverheid.

Indien de deugd van zuiverheid, zogezegd een uitvinding is van mensen uit een voorwetenschappelijke periode, en het veilig vrijen een uitvinding is van mensen uit onze tijd, zou men kunnen zeggen dat de ene uitvinding de andere overstijgt. Moesten de Tien Geboden en inzonderheid het zesde en negende gebod toch een richtlijn van God zijn, dan zou die wellicht ook nog waardevoller zijn dan de vrije seksbeleving van thans. Misschien moet het mensdom nog zwaarder geteisterd worden door aids om opnieuw te vermoeden dat God deze Tien Geboden heeft aangereikt om overeind te blijven ondanks een gevallen natuur.


Zeer Eerwaarde Heer Pastoor Armand Ory werd geboren te Hoepertingen (Belg. Limburg) op 10 januari 1927 en overleed, uitgeput van zijn noeste arbeid, in de Heer te Sint-Truiden op 9 november 2002. Hij werd priester gewijd te Luik op 22 juli 1952. Was leraar te Genk en te Borgloon en daarna gelijktijdig pastoor te Hendrieken-Voort en Gelinden (Belg. Limburg). Na zijn scheiding van de Kleine Zielen werd hij stichter-schrijver van “Sint-Lambertus kring”. Bij zijn overlijden hield dit op te bestaan. Zijn belangrijkste werk tijdens zijn leven was het aanbieden aan de H. Kerk van de “Funktionele Exegese”, boek met imprimatur van Mgr. Heuschen, over de historiciteit van de Evangeliën, en een aantal boeken waarin deze exegese op de Bijbel (N.T.) wordt toegepast.

Overlijdensbericht pastoor Ory: http://www.inmemoriam.be

Verdieping in de werken van pastoor Ory: Op de KULeuven KADOC  (Katholiek documentatiecentrum) zie hun website; https://kadoc.kuleuven.be

Uit; Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Orgaan van het Legioen Kleine Zielen van Het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever G. De Winter, Deurne, Zeventiende Jaargang, Nr. 4, December 1989, blz. 14-19.

Info: https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com/artikelen/


Advertisements

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s