Jezus Christus Koning


Christus Koning

Eerste lezing: Daniël 7, 13-14; tweede lezing: Openbaring 1, 5-8; evangelie: Johannes 18, 33b-37.

Op het Hoogfeest van Christus Koning kijken we vooruit, hoopvol en met de ogen van het geloof, maar zonder het heden te verlaten.

  1. We kijken eerst mee met de profeet: “In mijn nachtelijk visioen zag ik met de wolken des hemels iemand aankomen die op een mens geleek”. Iemand die op een mens geleek: Hij verstopt zijn gezicht niet onder een bivakmuts, hij draagt geen kalashnikov, en ook geen bomgordel om de lenden. Hij zaait geen dood en verderf. Hij is geen wrekende jihadist die zichzelf beschouwt als de aankondiger van de eindtijd en van de eindoverwinning van het tweede en laatste kalifaat als heel de wereld onderworpen zal zijn aan de sharia wetgeving.
  1. Nee, we zien iemand die op een mens gelijkt, en die in alle nederigheid door anderen voorgeleid wordt voor de troon, niet van een schrikwekkende gestalte, maar van een Hoogbejaarde! Wij zien de Mensenzoon Jezus die zijn zending heeft volbracht, die als God de Zoon zich klein maakte en mens werd om ons te verlossen en tot nieuwe mensen te maken. We zien niet iemand die zichzelf verheft, maar Een die zichzelf heeft vernederd en die nu door God de Vader zelf verheven wordt.
  1. We kijken vervolgens met de ogen van ‘de ziener’ onder de apostelen, Johannes. Hij wenst ons ‘genade’ toe van Jezus Christus. Johannes noemt Jezus de ‘getrouwe Getuige’, die trouw was en voor Gods liefdesheerschappij opkwam tot in lijden en dood; Johannes noemt Jezus de eerstgeborene van de doden en de Vorst van de koningen der aarde, want deze laatsten zijn allemaal gestorven en hun macht verdwenen, terwijl alleen Jezus uit de dood is opgestaan.
  1. “Hem zij de heerlijkheid en de macht”, zegt Johannes dat wenst hij zichzelf en de Kerk toe, want Deze Mensenzoon is niet gekomen om bloed te vergieten en slachtoffers te maken, niet om dood en verderf te zaaien, maar heeft ons van de zonden verlost door zijn eigen bloed. Hij maakte ons allen tot “een koninkrijk van priesters”, want allemaal delen wij in zijn zending. Ook wij zijn verlost om door het offer van ons leven het koninkrijk van Gods liefde te dienen hier op aarde.
  1. Tenslotte kijken we met de evangelie-schrijver de apostel Johannes naar Jezus Christus, in het uur van zijn getuigenis. Hij ziet er niet uit. Gegeseld, bespuwd en bespot, met doornen gekroond. Zoals zoveel vervolgde christenen er niet uitzien: vermoeid, uitgehongerd en vermagerd, striemen op heel hun lijf, verminkt vaak want gruwelijk gefolterd, als ze al niet onthoofd of levend verbrand zijn.
  1. Zoals Pilatus met verachting uitriep: “Zijt Gij de Koning der Joden?”, zo kijkt ook menige gelovige in de Westerse landen – waar het geloof schuilgaat achter talloze compromissen met de wereld – met verachting naar de getuigen, en denkt bij zichzelf: “Alsof de Kerk het daar van moet hebben!”
  1. En ja… daar moet de Kerk het van hebben. De koninklijke waardigheid van de getrouwe getuige is de trouw in het uur van de bespotting en de vernedering. “Gij zijt dus toch Koning? En Jezus antwoordde: Ja, Koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem”.

Wij zeggen het Jezus na: “Ja van koninklijke waardigheid zijn wij. Niet om verheven en gevierd te worden, maar om te offeren en om offer te worden, een koninkrijk van gelovigen en priesters!”.

>>> Chr. Van Buijtenen,  https://www.facebook.com/christofvanbuijtenen

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s