Anna Katharina Emmerick over de Reuzen

Belangrijke inzichten over het mogelijke ontstaan van reuzen

 

I.              Citaat uit publicaties van de visioenen van de zalige Anna Katharina Emmerick; Uit Geheimen van het Oude- en Nieuwe Verbond, “Geheimnisse des Alten und des Neuen Bundes” (Geheimen van het Oude- en Nieuwe Verbond), samengesteld door P. Karl Erhard Schmöger Christiana-Verlag, Stein am Rhein, Zwitserland # 13e druk 2001 (pp. 49-50, 101, 143-44):

«« Ik heb dikwijls gezien dat bij de val van de engelen een zeker aantal een moment spijt had en niet zo diep vielen als de anderen en dat dezen zich later op een eenzaam en zeer hoog gebergte ophielden, dat bij de zondvloed een zee is geworden, ik meen de Zwarte Zee. Dezen hadden een bepaalde vrijheid op de mensen in te werken in zoverre die van God afweken. Na de zondvloed zijn ze daar verdwenen. (…) Ik zag de nakomelingen van Kaïn steeds goddelozer en zinnelijker worden. Zij trokken meer en meer in de richting van deze bergrug; en de gevallen engelen namen veel van hun vrouwen in bezit, regeerden ze volledig en leerden ze alle verleidingskunsten. Hun kinderen waren heel groot, hadden allerlei bekwaamheden en talenten en gaven zich  geheel over als werktuigen van boze geesten. Zo onstond op dit gebergte en ver daar omheen een verdorven geslacht, dat door geweld en verleiding ook de nakomelingen van Set in hun lasterwereld wilden betrekken. Toen kondigde God aan Noach de zondvloed aan, die bij het bouwen (aan de Ark) ontzettend veel te lijden had van dit volk.

Ik heb veel van het reuzenvolk gezien; met groot gemak sleepten ze  ontzagwekkende stenen de berg op; ze begaven zich alsmaar hoger en deden hoogst verbazingwekkende dingen. Ze konden zelfs (verticaal) op muren en bomen lopen, zoals ik het overigens met andere bezetenen heb gezien. (…) Henoch, de voorvader van Noach, heeft ze tot de orde proberen te roepen. Hij heeft ook veel geschreven. Hij was een heel goed mens en God heel dankbaar.

Bron: De Schepping – Boek Genesis. Ophelderingen betreffende de oorsprong van de Mens. Uit de geschriften van don Guido Bortoluzzi, Hubert Luns, Scribd; http://www.scribd.com/fullscreen/76950089?access_key=key-sch4mm8g1puygulqdcx  , blz. 16.

II.            Citaat uit publicaties van de visioenen van de zalige Anna Katharina Emmerick en het boek Henoch.

“Henoch heeft de verdorven nakomelingen van Set tot de orde proberen te roepen. Hij heeft ook veel geschreven. Hij was een heel goed mens en God heel dankbaar.” 

De oorspronkelijke geschriften van Henoch zijn zoekgeraakt, maar genoten in het begin van het christendom een grote reputatie. Ze worden in het Nieuwe Testament genoemd in 2 Petrus 2:4-5 en Judas 1:6, waar sprake is van engelen die zich in de dagen die aan Noach voorafgingen hadden misdragen. In 1768 werd door James Bruce in Ethiopië een heel oud exemplaar ontdekt. Alhoewel de authenticiteit niet vaststaat, bevat het belangrijke inzichten over het mogelijke ontstaan van reuzen in prehistorische tijden. Indien Genesis 6 wordt vergeleken met oude teksten waaronder die van Henoch, Jubileeën, Baruch, Genesis Apocriefon, Philo, Josefus en Jasser, lijkt dat aan te geven dat de reuzen uit een mengvorm van mens, dier en engel waren ontstaan via een supernatuurlijke corruptie in de evolutie van soorten. Het Boek Henoch geeft een naam aan de engelen die zich met deze gruwelijkheid bezighielden en noemt ze ‘de Wachters’. Er is blijkbaar een andere corruptie in het spel geweest, nevens datgene waar don Guido over spreekt. Indertijd schijnt Satans doel te zijn geweest om de bloedlijn te bevuilen waaruit het beloofde Zaad moest komen. (Het tegenwoordige plan is – nadat Christus werd geboren en zijn verlossingswerk had volbracht – om geen menselijk vlees behouden te laten worden.) Het Oude Testament bevat een verwijzing naar de genetische mutaties die zich onder de mensen hadden voorgedaan in de dagen na de zondvloed, waardoor ‘mensen’ ontstonden van uitzonderlijke lengte en lichaamskracht, met zes vingers en tenen aan handen en voeten. (2 Sam. 21:15-22) Ik citeer nu uit het boek Henoch zoals in “The Apocrypha and Pseudepigrapha of the Old Testament”, verzorgd door R. H. Charles Oxford – The Clarendon Press # 1913 (hfst. 6, 7, 12):

«« En het gebeurde dat toen de kinderen der mensen zich hadden vermenigvuldigd dat in die dagen mooie en bevallige dochters werden geboren. En de engelen, de kinderen des hemels, bekeken ze en verlustigden zich aan hen, en zeiden tot elkaar:

“Kom, laten wij vrouwen kiezen uit de kinderen der mensen en kinderen voortbrengen.” En Semjaza, die hun leider was, zei tegen ze: “Ik vrees dat jullie deze handelswijze inderdaad niet zullen goedkeuren en dat ik helemaal alleen de straf voor deze grote zonde zal moeten dragen.” En zij antwoordden allen en zeiden: “Laat ons met een eed zweren en ons aan elkaar verbinden door wederzijdse vervloekingen om niet van dit plan af te wijken, maar deze zaak te doen.” Toen zwoeren zij samen en verbonden zich aan elkaar door wederzijdse vervloekingen. En ze waren in totaal met tweehonderd die in de dagen van Jared op de hoogte van de Hermonberg neerdaalden, en ze noemden het de Hermon (verbintenis door vervloeking) omdat zij zich daarop verbonden hadden met wederzijdse vervloekingen.

(…) En gezamenlijk hebben al diegenen vrouwen tot zich genomen en ieder koos er één voor zichzelf en zij begonnen bij hen in te gaan en bezoedelden zich met hen en onderwezen hen spreuken en betoveringen en het snijden van wortels en leerden hen planten kennen. En ze werden zwanger en baarden grote reuzen wier lengte drieduizend ell was, die alle bezittingen (vee) van de mens opaten. En toen de mensen hen niet meer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen hen en verslonden de mensheid. En ze begonnen te zondigen tegen vogels en beesten en reptielen en vissen en verslonden elkaars vlees en dronken het bloed. Toen klaagde de aarde de wettelozen aan.

(…) Ik, Henoch, zegende de heer der majesteit en de koning der eeuwen, en voorwaar de Wachters ontboden mij – Henoch de scribent – en zeiden tegen mij: Henoch, u bent de scribent van de gerechtigheid, ga en verkondig de Wachters uit de hemel die de hoge hemel hebben verlaten, de heilige en eeuwige plaats, en zich bezoedeld hebben met vrouwen, en hebben gedaan zoals de kinderen der aarde doen, en zij hebben vrouwen tot zich genomen: “U heeft op aarde grote verwoesting aangericht: en u zult geen vrede kennen noch vergeving van zonde.” »»

Bron: De Schepping – Boek Genesis. Ophelderingen betreffende de oorsprong van de Mens. Uit de geschriften van don Guido Bortoluzzi, Hubert Luns, Scribd; http://www.scribd.com/fullscreen/76950089?access_key=key-sch4mm8g1puygulqdcx  , blz. 16-17.

Advertenties